|
H. Stervensbegeleiding en Rouwverlof |
|
|
|
Bedrijfstakregelingen
|
Betaald verlof
1. Iedere werknemer heeft met inachtneming van de in artikel 2 genoemde voorwaarden gedurende 10 dagen recht op betaald verlof ten behoeve van de stervensbegeleiding van een persoon in de terminale fase als hieronder bedoeld:
a. De echtegeno(o)t(e) of de persoon waarmee een werknemer een gezamenlijke huishouding voert en dit doormiddel van een notarieel vastgelegde samenlevingsovereenkomst en/of partnerregistratie en/of doormiddel van een beschikking van de belastinginspecteur aan werkgever bekend heeft gemaakt.
b. Een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad (in de zijn van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek) of een kind dan wel ouders van de persoon waarmee een werknemer een gezamenlijke huishouding voert en dit doormiddel van een notarieel vastgelegde samenlevingsovereenkomst en/of door middel van een beschikking van de belastinginspecteur aan de werkgever bekend gemaakt.
c. Een pleegkind dat blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministratie op hetzelfde adres woont als de werknemer en door hem diens gezin duurzaam wordt verzorgd en opgevoed op basis van een pleegcontract als bedoeld in artikel 39 en de Wet op de jeugdhulpverlening.
2. Geen recht op betaald verlof als genoemd in lid 1 bestaat indien de onder a, b of c bedoelde persoon binnen twaalf maanden vanaf de eerste dag van stervensbegeleiding opnieuw begeleiding bij sterven behoeft.
Voor aanvraagprocedure ten behoeve van betaald verlof bij stervensbegeleiding en rouwverlof kunt u bij Cordares CAO-regelingen terecht.
|