| Aantoonbaar toezicht op veiligheid: hoe regel je dat? |
|
|
|
|
17 mei 2010
Regelmatig krijgen we van bedrijven die geconfronteerd zijn met een ernstig ongeval de vraag: hoe hadden we het ongeval kunnen voorkomen? Hun verhaal luidt meestal als volgt: Onze dakdekkers gaan vaak alleen op pad. We kunnen toch moeilijk zelf naar elke klus meegaan. En als we al op allerlei manieren aan de wet voldoen – VCA/actuele RI&E, keuring van materieel, instructie, scholing en regeling BHV – dan is het nóg niet genoeg. Vanwege het ongeval krijgen we ook nog een boete van de Arbeidsinspectie voor onder andere te weinig toezicht.
Toezicht door leidinggevende Wanneer de RI&E goed is opgesteld en het plan van aanpak serieus wordt genomen, dan is er inderdaad al veel ingevuld en geregeld voor aantoonbaar toezicht. Immers, in de RI&E moet worden vastgelegd wie binnen het bedrijf verantwoordelijk is (of zijn) voor het toezicht op de werkplek: niet alleen de namen van voorlieden, maar ook weer die van hún leidinggevende. Vervolgens: wat staat er in de werkprocedures over inkoop en keuring materieel/PBM’s/ arbeidsmiddelen? En wat over het gebruik van arbeidsmiddelen/PBM’s? Is er een sanctiebeleid? Wie is bevoegd om corrigerend op te treden? Worden er regelmatig werkplekinstructies uitgevoerd? Worden de uitkomsten met het personeel besproken en gebruikt voor bijstelling plan van aanpak?
Consequent invullen en toepassen! Daar waar geen actuele RI&E aanwezig is (bij circa 40% van de bedrijven) zal het moeilijk worden om ook maar iets aantoonbaar te maken. Ook bij gewone controles (zonder ongeval) zullen deze bedrijven door de Arbeidsinspectie worden beboet. Wanneer alles wel op papier staat dan moet er ook naar gehandeld worden. En dat eenduidig (niet willekeurig) en doelgericht. Dit is, zeker voor grotere bedrijven met meerdere vestigingen, veel verschillende ploegen en diverse voorlieden/uitvoerders, niet altijd eenvoudig.
Voorlichting en ondersteuning door SBD Het laatste halfjaar (vooral de afgelopen wintermaanden) hebben de arbovoorlichters van SBD veel bedrijven, met name het bedrijfskader, geïnformeerd over hoe in de praktijk om te gaan met verbetering van arbeidsomstandigheden en het toezicht. Duidelijk werd dat het niet altijd eenvoudig is om het gedrag van dakdekkers te beïnvloeden. Als je immers tolereert dat de dakdekker op gymschoenen loopt en in zijn blote bast werkt, moet je al helemaal niet veel verwachten van juist gebruik van valbeveiliging en brandveiligheid. De cultuur is dan al bepaald! Beter is het om vanuit de top van het bedrijf duidelijk te zijn over veiligheid. En hier strikt mee aan de slag te gaan. Niet alleen de dakdekkers maar uiteindelijk ook de klanten zullen dit waarderen.
Innovatieve en creatieve aanpak Lik-op-stuk beleid, met de vinger wijzen, de Arbeidsinspectie of de wet de schuld geven. Kan allemaal maar is niet effectief. Het is veel effectiever om bijvoorbeeld met foto’s of webcam in overleg met de dakdekkers te bekijken wat er op een bepaald project goed en fout gaat en daarvan te leren! Wees creatief, stel bijvoorbeeld om de maand een andere dakdekker aan als eigen veiligheidsbewaker. En bespreek zijn bevindingen met de collega’s. Ook inzet van de campagne Alerta van de stichting Consument & Veiligheid is een optie. |
| < Vorige | Volgende > |
|---|










